Sep 7, 2009

Helene Swarth

Zoo vaak heb ik mijn lippen stuk gebeten,
Zoo vaak heb ik mijn handen saamgewrongen,
Opdat geen mensch de wrange pijn zou weten,
Waarvan de tranene mij in de oogen sprongen.

De snikken, die mijn boezem openreten,
Ik hebz, fier gelijk een man bedwongen;
En dan- ik zal nimmermeer vergeten
Dien wanhoopstijd - dan heb ik luid gezongen.

Helene Swarth