Mijn god is enkel gloed en donkerheid,
Schoon om te zien, - een wonder te verstaan; -
Daar is niet één als Hij, - doch 'k zie u aan,
En waan dat gij Hem-zelf op aarde zijt.
En dus heb ik mijn ziele u toegewijd,
Opdat ze in uwen gloed mochte vergaan;
En stil verteren, zonder klacht, voldaan
Met zulk een liefde en zulk een éénigheid.